Europa anders? Er zijn goede alternatieven - B Informed Media
Het sociaal maatschappelijk multimedia platform van en voor het volk en ondernemend Nederland en België.
Bestuur en wetgeving

Europa anders? Er zijn goede alternatieven

Bert Blase 30 mei 2022
FotoBigstockphoto

Het fundamentele gesprek over de organisatíe van de Europese samenwerking en de Europese democratie wordt te weinig gevoerd. Om die reden worden beslissingen over nieuwe Europese stappen veelal genomen op basis van incidenten en crises. Zo zagen de Eurobonds het licht onder druk van de financieel-economische gevolgen van de Corona-uitbraak en wordt de discussie over ‘al of niet veto door EU-lidstaten’ gevoerd door de actualiteit van de oorlog in Oekraïne. Dit soort ad-hoc beslissingen helpen niet bij het bouwen van een goed gestructureerde vorm van Europese samenwerking. Integendeel, ze missen een doordacht democratisch fundament.

Europese samenwerking

Veel Nederlanders zijn ervan overtuigd dat samenwerking tussen Europese landen belangrijk en nuttig is. Die overtuiging komt voor een deel voort uit de wens om oorlog te voorkomen, gebaseerd op het idee dat economische verwevenheid tussen landen helpt bij het bewaren van vrede. Europese samenwerking is ook gemotiveerd door de behoefte om onderlinge handel te stroomlijnen, wat voor een land als Nederland natuurlijk van groot belang is. Andere motieven voor samenwerking zijn de gedeelde culturele identiteit en het belang van mensenrechten en democratie. Samenwerking kan natuurlijk ook heel pragmatisch gemotiveerd zijn. Wie wil reizen, heeft over het algemeen baat bij korte wachttijden aan de grens. Kortom: er zijn allerlei redenen waarom Nederlandse inwoners internationale samenwerking een goed idee vinden. Tegelijkertijd constateren we dat de voordelen van internationale samenwerking soms eenzijdig ervaren worden door bepaalde groepen in de samenleving (de ‘kosmopolieten’), terwijl de nadelen van diezelfde samenwerking juist bij kwetsbare groepen terecht komen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘race to the bottom’ als gevolg van de open-grenzen-arbeidsmarkt en aan de stapeling van problemen in specifieke wijken in grote steden.

Juist omdat samenwerking tussen landen in Europa nuttig en gewenst is, is het cruciaal om de vorm daarvan goed te doordenken. Tenslotte is die vorm bepalend voor de mate waarin de genoemde nadelen bestreden kunnen worden. Door de juiste manier van samenwerken te kiezen, kan veel onvrede voorkomen worden.

“Het is cruciaal de vorm van samenwerking tussen Europese landen goed te doordenken”

Democratie van onderop

In mijn ogen is het van cruciaal belang dat we de democratie ‘van onderop’ opbouwen. Veruit de meeste mensen hechten er immers belang aan zeggenschap te hebben over hun eigen leven en leefomgeving. De aanpak van onderop neemt deze behoefte consequent als uitgangspunt. Beslissingen en bevoegdheden worden steeds op een zo nabij mogelijke schaal belegd. Dit waarborgt het uitgangspunt van de menselijke maat, het voorkomt besturen over de hoofden van mensen heen en versterkt daardoor het vertrouwen.

Als je ‘van onderop’ naar de democratie kijkt, vallen de samenwerkingsverbanden van inwoners en ondernemers op. We zien burgerinitiatieven waarin inwoners hun buurt leefbaar houden, er worden buurtwhatsappgroepen opgericht met het oog op veiligheid, er zijn coöperaties op het gebied van onderlinge zorg of duurzame energie, we kennen ondernemers-, culturele- en sportverenigingen enzovoort. In veel gemeenten is het wijkgericht of kerngericht werken zodanig ingericht, dat de gemeente partner is van deze burgerinitiatieven. Logisch, want er zijn altijd vragen die verder gaan dan de scope van een vereniging en het belang van die ene buurt. Voor die vraagstukken is de lokale overheid aan zet. Formeel is de lokale overheid in onze democratie de meest nabije laag, maar niet voor niets begon ik nog nabijer: in eigen buurt en straat. Want als het goed is, ontfermt de lokale overheid zich over díe zaken die de schaal van de buurt en het doel van de vereniging overstijgen. In een goed functionerende democratie worden bij dit ‘ontfermen over’ de inwoners van de buurt en vereniging als vanzelfsprekend betrokken.

Zo bouwt de democratie zich op. Daar waar het belang van meerdere gemeenten wordt geraakt, stapt de democratie over naar de volgende schaal. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg en het onderhoud van een verbindingsweg tussen meerdere gemeenten. In het Nederlandse staatsbestel is die volgende schaal de regio of de provincie. Agendering op een groter schaalniveau gebeurt naar behoefte van de kleinere eenheid en betrekt vanzelfsprekend die kleinere eenheden bij de oplossing. Zo bouwt zich een gelaagde democratische organisatie op, waarbij de meest nabije schaal altijd de basis vormt voor de agendering van vraagstukken. Pas als een vraagstuk niet opgelost kan worden op die meest nabije schaal, wordt het op de agenda gezet van een groter schaalniveau. Wanneer we dit mechanisme consequent toepassen wordt er niet ‘over onze hoofden heen’ bestuurd, maar juist ‘samen met en ten dienste van’. Dit is van groot belang, omdat hiermee vervreemding ten opzichte van de grotere schaal wordt voorkomen. Immers, de grootste schaal functioneert nadrukkelijk ten dienste van de meer nabije schaal. Ofwel: ten dienste van de inwoner.

Vraagstukken die landsgrenzen overstijgen

Dit betekent dat op het moment dat een vraagstuk de landsgrenzen overstijgt, de internationale schaal van overleg in beeld komt. Wanneer we door deze bril naar Europese samenwerking kijken, ligt het voor de hand dat clusters van landen vraagstukken oplossen die zich voordoen in hun Europese regio. Ook hierbij wordt het principe gehanteerd dat de kleinst mogelijke schaal zich over een vraagstuk buigt. Denk bijvoorbeeld – vanuit het perspectief van Nederland – aan de vraagstukken die zich voordoen rond het waterbeheer en de bevaarbaarheid van de grote rivieren. Denk ook aan specifieke vraagstukken in de grensregio’s van ons land. Overleg en afspraken tussen de betrokken landen liggen in dit geval het meest voor de hand. In bestuurlijke woorden spreek je dan over bilaterale en multilaterale afspraken. Het nationale (of als het gaat om specifieke grensstreken: het provinciale) parlement is de meest geschikte bestuurslaag voor besluitvorming over dit soort afspraken.

Juist omdat de opbouw van verantwoordelijkheden op deze manier zeer transparant is, is het duidelijk dat ieder betrokken land een direct belang heeft bij agendering. Natuurlijk brengt niet alleen ons land zijn belangen in, maar geldt dit ook voor de buurlanden met wie we samenwerken. De samenwerkende landen hebben zodoende een concreet gezamenlijk belang om tot oplossingen te komen. En gelukkig, voor het geval ze echt geen overeenstemming vinden, zijn er mechanismen om toch tot besluitvorming te komen, tot uiteindelijk arbitrage aan toe.

“de ‘van onderop’-aanpak zorgt ervoor dat er geen vraagstukken worden geagendeerd waarvan inwoners, ondernemers en overheden zich afvragen wat het nut ervan is”

Europese agenda nieuwe stijl

Door te handelen volgens deze lijn bouwen we een Europese agenda op, waarin geen onderwerpen worden geagendeerd die we op een kleiner schaalniveau kunnen oplossen. Een dergelijke manier van werken voorkomt dat de Europese organisatie steeds verder uitgroeit, instituties onnodig veel geld rondpompen en er steeds meer bureaucratische mechanismen ontstaan. Bovenal zorgt de ‘van onderop’-aanpak ervoor dat er geen vraagstukken worden geagendeerd waarvan inwoners, ondernemers en overheden zich afvragen wat het nut ervan is. Als de kleinere eenheid zich niet herkent in de agendering en de besluiten van de grotere schaal ontstaat er namelijk onvrede en ontwrichting. Dan bekruipt ons het gevoel dat ‘over onze hoofden heen’ wordt geregeerd. Zoals gezegd kunnen we dit voorkomen door een consequente opbouw van de democratie van onderop. Om die reden is dit, zeker met het oog op de langere termijn, de meest solide basis voor een succesvolle Europese (en mondiale) samenwerking.

Een Europese agenda die op deze manier wordt opgebouwd, bestaat uit een overzichtelijk aantal thema’s. Op die thema’s zijn Europese of mondiale afspraken wenselijk. Een beperkt aantal thema’s betekent dat een compacte, slagvaardige organisatie dit kan ondersteunen met een beperkt budget. Immers, alles dat níet op de grootste schaal belegd is, behoeft ook niet op die schaal te worden gefinancierd. Een dergelijke getrapte opbouw van onze democratie doet recht aan de verscheidenheid die ons mensen (en de diverse culturen en staatsvormen) kenmerkt. Het geeft ruimte aan de veelvormigheid en de veelkleurigheid van het moderne samenleven. En op de thema’s die ons allen aangaan wordt gezamenlijk actie uitgezet.

Wat betekent dit concreet voor de Europese democratie? Wat krijg je wanneer je afstand neemt van de huidige centralistische (top-down) regelsturing? Duidelijk is dat dit een forse verandering met zich meebrengt. Denk met name aan de omvang van de Brusselse organisatie, het te besteden budget en de hoeveelheid taken. Veel taken kunnen immers op een kleiner schaalniveau worden belegd. Voor de politieke aansturing van deze Europese agenda nieuwe stijl zijn verschillende modellen denkbaar. Het eerste model is de inrichting van een direct gekozen en bevoegd Europees parlement, vergelijkbaar met een nationaal of provinciaal parlement. Een dergelijk parlement zou niet te groot moeten te zijn, zeker gezien de beperkte hoeveelheid taken die op de Europese schaal behoeven te worden belegd. Een alternatief voor een dergelijk bevoegd Europees parlement is om de besluitvorming over de overstijgende thema’s te organiseren vanuit de betrokken nationale parlementen, dus zonder de inrichting van een Europese bestuurslaag. Het voordeel hiervan is dat hierdoor het aantal te beleggen taken op de Europese schaal beheersbaar blijft.

Beide modellen verschillen aanmerkelijk van de huidige EU-organisatie. Dat zit hem in de eerste plaats natuurlijk in de centralistische bestuurscultuur die ons Europees bestuur kenmerkt. Maar wat niet minder telt, is de ondoorzichtigheid van de politiek-bestuurlijke aansturing van de EU, wat het directe gevolg is van een compromis tussen onderling lastig te verenigen bestuursmodellen. Maar gelukkig zijn er op beide punten dus goede alternatieven voorhanden!