Het sociaal maatschappelijk multimedia platform van en voor het volk en ondernemend Nederland en België.
Onderwijs

Deze pedagoge moedigt jongeren aan niet te wachten op hun professoren en startte met hen een Young Persons’ Guide to the Future

Mischa Verheijden 20 april 2022
FotoRe-story

Wat is nodig om jongeren te laten uitgroeien tot burgers die in harmonie met elkaar en met onze planeet kunnen leven? Als je kijkt naar het hoger onderwijs lijkt het antwoord te zijn dat ze ‘feiten en cijfers’ moeten leren over zaken als duurzaamheid, vervuiling of klimaatverandering. En als ze dan eenmaal weten wat er mis is, zouden ze ‘het juiste’ moeten doen. Zo eenvoudig is het natuurlijk niet, weet pedagoge en systeemdenker Anne Snick. Ze moedigt jongeren aan niet te wachten op hun professoren en startte met hen een Young Persons’ Guide to the Future aan de KU Leuven. Ik luister met bijna ingehouden adem naar haar in de tuin van Shaved Monkey in Leuven: “In het hoger onderwijs, waar studenten nu opgeleid worden in losstaande vakjes die hen niet voorbereiden op de complexiteit van de wereld, wil dit programma hen iets in handen geven waardoor ze, gevoed door een hoopgevende visie, zelf, met elkaar en met maatschappelijke pioniers, leerprocessen rond die complexiteit opstarten.” 

Anne Snick was dertien jaar toen in 1972 het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome verscheen en thuis op de salontafel lag. “Ik heb dat toen natuurlijk niet gelezen,” lacht ze, “maar je moet het niet gelezen hebben om de kernboodschap te begrijpen: een waarschuwingssignaal dat de economie niet kan blijven groeien. Het was een systeemanalyse: als we dit blijven doen, dan gebeurt dat. Doen we iets anders, dan kan het ook anders uitdraaien. Toen ik later pedagogiek studeerde, zei een socialistische minister van onderwijs dat ‘onderwijs dient om kinderen voor te bereiden op de arbeidsmarkt’. Ik dacht: onderwijs dat dient om die groeimachine te voeden, klopt dat wel? Ik heb altijd kritische vragen gesteld. Daarom heb ik  van in het begin bredere systemen voor ogen gehouden, en keek ik ook met een reflexieve blik naar opvoeding.

“We hebben een samenleving die zegt: ‘alle kinderen moeten in het industrieel model passen. Pas je je daar niet aan aan, dan ben jij een probleem’.”

We hebben een samenleving die zegt: ‘alle kinderen moeten in het industrieel model passen. Pas je je daar niet aan aan, dan ben jij een probleem’. Terwijl je je ook kan afvragen of ons model van de samenleving, een model dat mensen uitsluit en de planeet leegzuigt, misschien een probleem is.”

Na haar proefschrift in pedagogische wetenschappen doet Anne verschillende onderzoeksprojecten, maar ze blijft uiteindelijk niet aan de universiteit omdat ze daar met die bredere vragen niet terecht kan. Ze gaat bij het psychiatrisch centrum Kortenberg van de KU Leuven werken met jongeren uit kansarme gezinnen en stuit op hetzelfde patroon. Anne: “Ze werden bijvoorbeeld behandeld voor hun agressie, maar die agressie is misschien ook een teken van ‘ik pik het niet langer’ en dat is toch juist een soort kracht. Natuurlijk moet je hen helpen met de symptomen, maar daarmee los je hun problemen niet op. Het medische model is opnieuw: het individu is ziek. Terwijl ook onze framing van hulp een deel van het probleem is. De samenleving moet kijken waarom die jongeren gaan rebelleren.”

Separatistisch paradigma

Jongeren zijn zich volgens Anne vandaag goed bewust van de urgentie van de huidige crises. Protestbewegingen als Youth for Climate en Extinction Rebellion brengen duizenden jongeren op straat.

“De regering vragen om de planeet te redden is één ding. Je kijk op het leven veranderen is iets anders. En dat is niet wat je vandaag leert in het hoger onderwijs. Ik wil jongeren dat zetje geven om hun leerproces zelf in handen te nemen: reclaim education”

Maar de regering vragen om de planeet te redden is één ding. Je kijk op het leven veranderen is iets anders. En dat is niet wat je vandaag leert in het hoger onderwijs. Anne wil jongeren dat zetje geven om dat leerproces zelf in handen te nemen: reclaim education. “We hebben een opvoedingssysteem en hoger onderwijs dat is ontstaan in de late middeleeuwen en vooral is geïnspireerd door wetenschappers als Descartes en Newton die stelden dat mens en natuur gescheiden zijn. 

De mens is volgens dat denkmodel geen deel van de natuur, maar staat erboven. De natuur is louter een resource die wij kunnen gebruiken en technisch manipuleren. Dat is een separatistisch paradigma dat je ook terugziet in de structuur en zelfs in de architectuur van het hoger onderwijs. De faculteit natuurwetenschappen zit buiten de stad, die voor humane wetenschappen in de stad. Ze kruisen elkaar nooit, publiceren in aparte tijdschriften en hebben hun eigen jargon. En de biomedische wetenschappen zitten dan ook nog eens apart in hun eigen campus.

In respons op de complexe uitdagingen groeit het aantal interdisciplinaire onderzoeksprojecten, maar dat werkt nog niet echt door tot op het niveau van het onderwijs, waar doorgeven van vakkennis nog steeds centraal staat. Omdat we de natuur enorm konden manipuleren hebben we lange tijd de indruk gehad dat dit mechanistisch model heel succesvol is, maar nu zien we daar de rebound-effecten van: de oceanen verzuren, de soortensterfte gaat ontzettend snel, het klimaat verandert …

Wat we momenteel duidelijk zien, is dat wat we dachten te weten totaal averechts uitdraait. We zeggen dat ‘menselijke vooruitgang’ gelijk staat aan ons vermogen om het leven op aarde te exploiteren en te veranderen, maar we hebben nog nooit zo dicht bij de menselijke uitroeiing gestaan. 

“We zijn de toekomst van onze jongeren aan het ondermijnen, terwijl we hen opvoeden met het idee dat we met het westerse model van vooruitgang de toekomst maken.”

Dat hebben we wel zelf gedaan, het is onze verantwoordelijkheid. Maar zelfs nu we planetaire grenzen hebben overschreden en het leven op de planeet in hoog tempo uitsterft, wordt ‘duurzaamheid’ als een aparte discipline gezien en als een bijvak aan het ‘normale’ curriculum toegevoegd. Ik noem het een misdaad tegen de mensheid dat onze jongeren nog altijd worden opgeleid in een model waarvan we nu al vijftig jaar weten dat het ons de das omdoet. We zijn de toekomst van onze jongeren aan het ondermijnen, terwijl we hen opvoeden met het idee dat we met het westerse model van vooruitgang de toekomst maken. Dat is een gigantische paradox: opvoeding die de toekomst van de jongeren niet garandeert.”

Young Persons’ Guide to the Future

Na een periode van onderzoekswerk in de sociale economie is Anne teruggekeerd naar de academische wereld. Ze lanceert in 2019 de Young Persons’ Guide to the Future  in het kader van het Honours-programma Transdisciplinary Insights aan de KU Leuven, waar maatschappelijke actoren een challenge kunnen voorstellen om met een team van studenten aan te werken. Anne: “Jongeren van tegenwoordig kunnen zich geen wereld voorstellen zonder fossiele brandstoffen, ook al weten ze dat de CO2-uitstoot ons de das omdoet. Ze vrezen het verlies van vertrouwde levensstijlen bij gebrek aan een droom over een betere toekomst. 

“Het omgaan met angst en hoop is een cruciaal ingrediënt van opvoeden voor een duurzame toekomst.”

Het omgaan met deze angsten en hoop is een cruciaal ingrediënt van opvoeden voor een duurzame toekomst. Daarvoor moeten ze niet wachten op de professoren, die zitten te sterk gevat in dat hiërarchische systeem dat abstracte kennis boven visie, actie en emotie stelt. We proberen daar gewoon iets naast te zetten: een veilige ruimte om de kracht van jongeren, die vandaag zo goed georganiseerd en gemotiveerd zijn, te mobiliseren voor een transitie naar een nieuw systeem. 

Het programma geeft studenten, die nu opgeleid worden in losstaande vakjes die hen niet voorbereiden op de complexiteit van de wereld, een kader waarbinnen ze zelf met elkaar leerprocessen rond die complexiteit kunnen opstarten. Zo ontstond het idee voor een boek, een Young Persons’ Guide to the Future. Consequent met mezelf kan ik geen boek schrijven voor jonge mensen, het moet een boek zijn geschreven door en met jonge mensen. Het moet hun boek worden. We beslissen samen hoe we de toekomst maken, er is geen wetenschapper die dat kan extrapoleren uit het verleden. 

De Young Persons’ Guide to the Future is opgevat als een reisgids die laat zien hoe mooi, spannend en creatief een ecocentrische toekomst kan zijn. De gids gaat over alle aspecten van het leven in die toekomst: hoe je daar eet en beweegt, hoe huisvesting eruit ziet, cultuur, natuur, werk, geld …  Zoals bij elke reisgids zijn we gaan kijken waar de toekomst nu al emergeert, de talloze initiatieven die breken met het destructieve model van het heden en op zoek gaan naar regeneratieve, dekoloniale, coöperatieve en solidaire alternatieven, zoals community supported agriculture en de commonsbeweging. 

Daar zullen succesvolle initiatieven bij zijn, maar ook zaadjes die niet levensvatbaar blijken en terug afsterven, maar zelfs die kunnen een spoor nalaten dat bijdraagt tot een nieuw maatschappelijk en economisch ecosysteem.

“Het belangrijkste is niet wat de jongeren concreet aan ideeën of inzichten opdoen, maar wel dat ze het vertrouwen krijgen om met complexiteit om te gaan, een visie te ontwikkelen en daar co-creatief aan bij te dragen.”

Opvoeding is jongeren stimuleren om de hoeders van het emergente, regeneratieve systeem te worden, en samen met hen verkennen hoe ze ervoor kunnen zorgen dat  die nieuwe kleine jonge plantjes een krachtig ecosysteem worden.  In het programma kunnen de studenten een thema kiezen dat hen interesseert, wat en waarover ze willen leren. Het belangrijkste is niet wat ze concreet aan ideeën of inzichten opdoen, maar wel dat ze het vertrouwen krijgen om met complexiteit om te gaan, een visie te ontwikkelen en daar co-creatief aan bij te dragen. Hoe meer jongeren die nieuwe wereld mee beschrijven, hoe groter de kans dat hij ook echt ontstaat.”

Wijzer dan de Vikings

Anne: “Ik doceer niet, en ook de studenten die nieuwe groepen coachen doen dat niet; we creëeren een context waarin jongeren – reclaim education – samen zoeken wat het betekent mens te zijn op een eindige planeet, en waar ze hun dromen, hun openheid, hun creativiteit kunnen uiten in plaats van afgeknot te worden (die ruimte creëren is wat Otto Scharmer ‘holding space’ noemt, lees hier het Re-story interview met Otto Scharmer – MV).

Ik vertel verhalen, stel vragen en dan laat ik de antwoorden komen. Ik vertel bijvoorbeeld een verhaal van Jared Diamond over het middeleeuwse Groenland. Daar was een tijdje een milder klimaat en de Vikings vestigden zich er. De oorspronkelijke bevolking, de Inuit, haalden vis uit de zee en bouwden hun huizen in ijs. De Vikingen kwamen uit Europa en zijn landbouwers. Ze kapten bomen, maakten velden, bouwden huizen en kathedralen en leverden met hun schepen aan wat niet lokaal beschikbaar was. Dan vraag ik de studenten: wie is volgens onze normen de meest geavanceerde cultuur? Dan zijn er al die denken: misschien hadden die Inuit toch meer verstand van de natuur. Maar de Inuit waren jagers-verzamelaars en de Vikings landbouwers, dus volgens gangbare denkbeelden waren de Europeanen ‘meer ontwikkeld’. 

Waarom waren de Vikings superieur? Soms antwoorden studenten dat zij ‘voor hun eten niet afhankelijk waren van de natuur’, wat toont hoe vervreemd sommige jongeren zijn van de planetaire realiteit, ondanks – of misschien juist dankzij – ons sterk ontwikkelde onderwijssysteem. Ondanks hun geavanceerde technologieën en handelssystemen  zijn de Vikings na 450 jaar uitgestorven, en uit archeologische vondsten blijkt dat ze tot op het laatste moment geen vis of zeevoedsel nuttigden. Er was geen ecologisch probleem. Het is niet dat er plots geen eten meer was. De Inuit hadden nog eten genoeg, en de technieken om in die precaire omstandigheden te overleven waren voorhanden. 

Waarom  zijn de Vikings nooit anders gaan eten en zijn ze niet de technieken van de Inuit gaan gebruiken? Deze vraag doet studenten beseffen dat de Vikings wellicht dachten dat ze superieur waren. Dit verhaal opent ook hun ogen voor de enorme kracht van de verhalen die we elkaar vertellen. Het doet hen beseffen dat duurzaamheid niet alleen van nieuwe technieken afhangt, maar ook van een nieuw verhaal over wat het betekent om mens te zijn op deze planeet.

“Duurzaamheid hangt af van het vermogen van een beschaving om haar verhalen en haar techno-economische systemen aan te passen aan de realiteit van de aarde.”

Vervolgens vraag ik: waarom denk je dat ik dit verhaal vertel? Dan komen ze zelf met het antwoord: ‘zijn wij nu wijzer dan de Vikings?’ Duurzaamheid hangt af van het vermogen van een beschaving om haar verhalen en haar techno-economische systemen aan te passen aan de realiteit van de aarde. (Lees hier een interview met Carlota Perez die vijf techno-economische revoluties onderzocht en op basis daarvan stelt dat we aan de vooravond van een nieuwe gouden eeuw staan)  Een nieuw pad vereist dus niet alleen nieuwe technologieën, maar ook een nieuw narratief en een nieuwe relatie met de natuur. Dat nieuwe pad moeten we samen gaan maken door te leren van de natuur en ons weer als deel van een ecosysteem te gaan gedragen.”

Een nieuw vocabulaire

Anne: “Er is een proces voor het schrijven van de Young Persons’ Guide to the Future: je moet een gemeenschappelijk nieuw vocabulaire ontwikkelen, je moet leren systeemdenken, gaan kijken naar plekken waar de toekomst tevoorschijn komt en co-creëren. Eerst moeten de jongeren een nieuw vocabulaire leren, omdat heel onze taal is doordrongen van het oude lineaire denken. Een klein voorbeeld. We zeggen altijd: ‘ik sta in de file’. Je zegt nooit: ‘ik maak een file’ of ‘ik ben een file’. We leggen het probleem altijd buiten onszelf, maar voor de ander ben jij het probleem. 

Ik liet hen eerst een aantal boeken lezen om tot een gemeenschappelijke woordenschat te komen. Ze lazen een standaardwerk van Kelly Chapman over complexiteit en creativiteit en het herdenken van kennis. Ze lazen Abundant Earth van Eileen Crist over de shift van antropocentrisme naar ecocentrisme: de westerse mens zegt: ‘wij staan los van de natuur en beheersen de natuur’, terwijl andere culturen deel zijn van de natuur. Begrippen als complexiteit en ecocentrisme zijn termen waar ze nog nooit van hebben gehoord en waar ze zich niks bij kunnen voorstellen. Dat vraagt wel een intellectuele inspanning en ze worstelen daarmee. Je moet daar mee worstelen en het kan goed zijn dat je pas na een jaar snapt wat door die auteurs bedoeld wordt. 

Maar er komt geen examen, het is achtergrondkennis, het gaat om het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijk denkkader. Dit jaar kozen ze om ‘Braiding Sweetgrass’ van Robin Wall Kimmerer te lezen, over de spanning tussen westerse en inheemse kennis van en houding tegenover de natuur. Ook zoeken de teams naar andere manieren om de nieuwe werkelijkheid en denkwijze aan hun leeftijdsgenoten uit te leggen, want niet alle jongeren hebben toegang tot die boeken of leren graag door te lezen, maar iedereen moet wel de kans krijgen om complexiteit en ecocentrisme te leren begrijpen en omarmen. We spreken over ‘vooruitgang’, maar we staan nooit stil bij welke vooruitgang. In Noord-Amerika waren duizenden wilde appelrassen en men beschouwde het als vooruitgang dat er op den duur minder en minder waren. Het schokte hen hoeveel we als mensheid onderweg zijn kwijtgeraakt terwijl we toch nog altijd over ‘vooruitgang’ blijven spreken.

“In de discussie over onze levensstijl aanpassen zegt men dat we het met minder moeten gaan doen. Minder wat? Minder zelfdodingen, minder depressies, minder materiële rommel in ons huis, minder druk om te consumeren, minder ongelijkheid … “

We zitten nog altijd in een meer-minder denken. In de discussie over onze levensstijl aanpassen zegt men dat we het met minder moeten gaan doen. Minder wat? Minder zelfdodingen, minder depressies, minder materiële rommel in ons huis, minder druk om te consumeren, minder ongelijkheid … (Minder kan ook beter zijn betoogt Leidy Klotz in Subtract: The Untapped Science of Less) Zo vormen de studenten zich een duidelijk beeld dat de problemen van vandaag complexer zijn dan die lineaire simplificaties die we ervan maken. 

En dat maakt ook dat ze kritisch staan tegenover de lineaire denkwijze van hun proffen. Ze geloven niet langer dat je kan bewijzen dat elektrische auto’s duurzaam zijn door alléén de CO2-uitstoot tijdens het rijden te meten.” 

Systeemdenken

Anne: “Ik ga nooit doceren over systeemdenken, ik zeg gewoon ‘jullie zijn systeemdenkers en ik ga een context creëren waarin die capaciteit naar boven komt’. Ze oefenen dat systeemdenken altijd in groep, omdat systemen complex zijn en je dus betere systeemanalyses krijgt naarmate je het met velen doet. Het is een co-creatie van inzicht. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO stelt dat antibiotica het grootste risico voor de gezondheid is. Dan vraag ik: ‘maak samen een systeemkaart van de antibioticaramp: hoe kan het dat zo’n goede uitvinding op zo’n ramp is uitgedraaid?’ 

Dan zeggen ze: ‘we weten niks van biomedische wetenschappen’. Maar na twintig minuten komen ze met schitterende systeemkaarten: het is het winstbejag van de farmaceutische industrie. Het is de verwachting van de quick fix van de werkgevers. Het is onze cultuur die geen ruimte meer laat voor ziekte en zwakheid. Het is het grondwater. Het is de mutatie van de microben … 

Dat is systeemdenken, een probleem vanuit alle hoeken bekijken. Op een gegeven moment ga je afbakenen en focussen, maar ze snappen dan wel dat het een vicieuze cirkel is, en dat sterke hefbomen nodig zijn om de balans te herstellen. Vorig jaar was er bijvoorbeeld een nieuwsitem over Nederlandse boeren die protesteerden tegen milieumaatregelen, omdat die hen geld kosten. Dan is de vraag: hoe zou dit nieuwsitem vanuit een ecocentrische blik in de toekomst klinken? Ze zijn dan even de kluts kwijt, maar stilletjes aan komen ze op het idee dat de boeren in de toekomst op straat komen om te eisen dat ze niet langer de natuur hoeven te vernielen om geld te verdienen. Dat andere geldsystemen en agro-ecologische mogelijkheden bestaan en door het beleid ondersteund moeten worden. 

“Op een gegeven moment vragen ze zich af of ze alle vanzelfsprekendheden waarmee ze zijn opgegroeid moeten loslaten.”

Zo zijn ze continu aan het uitzoomen, aan het reframen en een nieuwe visie aan het bedenken: zo zou het ook kunnen zijn als we dit systeem doordenken. Op een gegeven moment vragen ze zich af of ze alle vanzelfsprekendheden waarmee ze zijn opgegroeid moeten loslaten. Dat is een rouwproces: de civilisatie die sterft om een nieuwe geboren te laten worden. Ze moeten dat ook emotioneel verwerken en met elkaar doormaken.

Kleine beslissing, grote impact

Om de plekken te zien waar de toekomst al tevoorschijn komt, gaan de jongeren op bezoek bij pioniers die experimenteren met regeneratieve economische praktijken. Rond voeding bezochten ze bijvoorbeeld een CSA-boerderij (Community Supported Agriculture – MV) en een verpakkingsvrije winkel. Rond geld ontdekten ze de kracht van gemeenschapsmunten.

Anne: “Het is niet alleen informatie en kennis vergaren, het is ook voelen. Voor voeding zijn ze naar een verpakkingsvrije winkel gegaan. In eerste instantie zeiden ze: ‘met een verpakkingsvrije winkel ga je de wereld toch niet redden’. Dan gaan ze naar zo’n winkel en ervaren ze dat het allemaal lokale voeding is, dat er een andere sfeer hangt, dat kinderen betrokken zijn … Dan voelen ze: dit is hoopvol, dit is verrassend, dit creëert verbinding, dit maakt me blij, hier verlang ik naar … En ineens zagen ze in dat je met een kleine beslissing een grote impact kan hebben. Dat zijn de grote leermomenten. Maar ze voelen ook verontwaardiging: waarom blijft dit zo gemarginaliseerd? Waarom moeten de mensen die dit concept bedacht hebben strijd voeren tegen de grote industrieën, terwijl ze eigenlijk veel rechtvaardiger zijn? Dat zet hen aan het denken.”

De toekomst co-creëren

Tot slot gaan ze ook iets produceren door vanuit design thinking een voorstel uit te werken. (Lees hier een interview met innovatiestrateeg Guy Wollaert, waarin hij onder andere stelt dat bedrijfsleiders meer en meer design thinking zullen moeten integreren)

“Het belangrijkste is het leerproces. Leren dat je op een totaal andere manier kan kijken naar de toekomst, dingen leren die relevant zijn voor de transitie.”

Ze stellen iets voor dat volgens hen een stap in die richting kan zijn. Niet dat ze dé waarheid of dé oplossing moeten vinden, Het belangrijkste is het leerproces. Leren dat je op een totaal andere manier kan kijken naar de toekomst, dingen leren die relevant zijn voor de transitie. Zo hebben ze een spel ontwikkeld over de vervuiling in de zee en de overbevissing, dat ze ‘Flipper the system’ hebben genoemd. Ze hebben de problemen heel goed gedocumenteerd. Ze weten de exacte cijfers over plastic in zee en hebben alle chemie opgezocht. Niet omdat ze dat moeten kennen voor een examen maar omdat het spel moet kloppen. 

Het doel van het spel is dat je de zee weer leefbaar krijgt, maar het spel bevat ook structurele elementen die dat moeilijk maken. Het pedagogisch doel van het spel is dat je leert hoe je alleen door samenwerking complexe problemen kan aanpakken. Het spel wordt door studenten van Howest tot een online game verder ontwikkeld. 

Een Afrikaanse doctoraatsstudente, een biologe die in Tervuren werkt, zei: ‘ik heb een ding geleerd, en dat is dat ik vanaf nu veel verder ga doordenken op het dekoloniseren van de natuur’. Nu wordt in het museum in Tervuren een olifant op koloniale wijze voorgesteld. De categorieën van Linnaeus worden als ‘superieure wetenschap’ voorgesteld, terwijl alle kennis van de inheemse volkeren rond de betekenis van de olifant voor de cultuur daar helemaal is uitgefilterd. 

Hoe ziet een etnografisch of natuurhistorisch museum er in de toekomst uit als we dat koloniale denken overwonnen hebben? Ze startte een nieuw project in samenwerking met het museum in Tervuren en het zou kunnen dat er op het einde van het jaar een expo komt. Dat zal niet af zijn, zoiets is nooit af, maar het co-creatieve proces – met de studenten, het museum en andere betrokkenen – is het belangrijkste.”

One Health

En zo rolt Anne, terwijl de vogeltjes in de tuin van Shaved Monkey rond ons volop zingen, van het ene in het andere verhaal over wat haar studenten klaarspelen. “De WHO lanceerde het initiatief One Health: we kunnen de gezondheid van de mens niet garanderen als we niet tegelijk de gezondheid van alle andere soorten in het ecosysteem garanderen. In 2019 is door Sciensano het Belgische One Health-platform gelanceerd en na twee jaar bleek het maar niet van de grond te komen. Er was een oproep: waarom komt het niet van de grond en wat kunnen we eraan doen? 

“We zijn allemaal gevormd om naar een onderdeel te kijken, maar als je bent opgeleid om door een kokertje te kijken en nu moet je ineens door dat kokertje het grotere geheel zien. Dat gaat niet.”

Twee studentes deden  een systemische analyse om de moeilijke doorbraak van One Health te verklaren. We hebben iets ingestuurd en gesteld dat het niet van de grond kan komen omdat er niemand is opgeleid om de verbanden met de andere ecosystemen te zien. We zijn allemaal gevormd om naar een onderdeel te kijken, maar als je bent opgeleid om door een kokertje te kijken en nu moet je ineens door dat kokertje het grotere geheel zien. Dat gaat niet. Dus als je wil dat gezondheidsmedewerkers nu wel die verbindingen leggen, moeten ze eerst leren systeemdenken. Een mogelijke strategie: reclaiming education for health.

Ambitie naar de toekomst

Het zal volgens de jongeren die dit programma mee ontwikkelden een uitdaging zijn om deze nieuwe pedagogie een plaats te geven in het gangbare hoger onderwijs. De universiteit weigert soms hoogleraren met een ecocentrische visie te benoemen omdat zij vanuit klassiek academisch perspectief niet voldoen aan de ‘kwaliteitsnormen’ die het antropocentrisme hen oplegt. Maar dat is buiten Anne Snick en de studenten gerekend: reclaim education! Anne startte in het eerste jaar met een team van studenten, in het tweede jaar zijn drie doctoraatsstudenten twee groepen van elk acht studenten gaan coachen.

Dit jaar zijn er drie teams van een achttal studenten, gecoacht door teamleden van het eerste en tweede jaar. Als we deze dynamiek kunnen volhouden, kan het programma snel aan schaal winnen. En de motor slaat aan. Vorig jaar bleek dat BBC World interesse had voor deze pedagogische vernieuwing, en ook de Club van Rome en de World Academy of Art and Science steunen deze nieuwe aanpak. 

“Uit overleg met de Vlaamse Adviesraad Innoveren en Ondernemen blijkt dat werkgevers vraag hebben naar werknemers die niet zozeer pasklare antwoorden geleerd hebben, maar die binnen een complexe en onzekere context nieuwe benaderingen kunnen bedenken. ”

Ook uit overleg met de Vlaamse Adviesraad Innoveren en Ondernemen blijkt dat werkgevers vraag hebben naar werknemers die niet zozeer pasklare antwoorden geleerd hebben, maar die binnen een complexe en onzekere context nieuwe benaderingen kunnen bedenken. Anne: “Het echte succes van dit programma is als de studenten het niet alleen als deelnemer doorlopen, maar ook geprikkeld zijn om als actieve facilitator, co-creator, ondernemer van de toekomst zelf hun leeftijdsgenoten te gaan coachen. Ik wil dat alle jongeren weten dat dit bestaat en zeggen: ‘we wachten niet meer op de proffen. We reclaim education’. Dat het echt een academisch tweede spoor wordt.”