Het sociaal maatschappelijk multimedia platform van en voor het volk en ondernemend Nederland en België.
Milieu en leefomgeving

Ecologische Intelligentie. Wat draag ik bij? Wat laat ik achter?

Daan Fousert 14 februari 2022

FotoBigstockphoto

Onze verschillende intelligentieniveaus zijn van groot belang. Zeker als je jezelf wilt kunnen dienen en in staat wilt zijn een ander te dienen, zodat die kan groeien, zich kan ontwikkelen alsook sociaal en spiritueel gezond kan zijn. 

Wil je als Servant-leader (red. Dienend-leider) betekenisvolle organisaties ontwikkelen, waarin zelfleiderschap en eigenaarschap standaard is, dan werk je vanuit deze intelligentieniveaus:

IQ

Cognitieve Intelligentie, het vermogen om kennis op te nemen en te verwerken, is ontstaan ergens in het begin van de 20e eeuw. Daarna zijn er allerlei testen ontwikkeld die de mate van cognitieve intelligentie kunnen meten en daaruit is het begrip Intelligentie Quotiënt (IQ) ontstaan. IQ wordt vandaag de dag gezien als duiding van onze cognitieve intelligentie.

EQ

Toen in 1990 Salovey en Mayer in een artikel voor het eerst spraken over Emotionele Intelligentie (EQ) kreeg het nagenoeg geen aandacht. Pas in 1995 toen David Goleman met zijn boek EQ kwam werd het een hype. Aanvankelijk werd er nog wat lacherig over gedaan en werd het als ‘soft’ getypeerd, maar het begrip was geboren en is nu niet meer weg te denken uit management literatuur. Dat we een cognitief brein (linkerdeel van onze hersenen) en een emotioneel brein (rechter deel) hebben is algemeen omarmd.

SQ

Ongeveer hetzelfde overkwam Danah Zohar en dr. Ian Marshall toen in 2000 hun boek ‘SQ: Connecting with our Spiritual Intelligence’ uitkwam. Dr. Ramachchandran stelde in 1997 namelijk door wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Californië vast dat we in onze hersenen een ingebouwd spiritueel centrum hebben, de zogenaamde God-spot. Dankzij hun boek werd SQ als duiding van spirituele intelligentie breed omarmd en is inmiddels volledige geaccepteerd. Steeds vaker wordt er binnen leiderschap ontwikkeling aandacht besteed aan de kracht van SQ.

FQ

Wanneer fysieke intelligentie voor het eerst als begrip is gelanceerd is niet te achterhalen. Dat het bestaat en ondertussen ook omarmd is, leidt geen twijfel. Fysieke intelligentie betekent dat je lichaam heel goed weet wat het nodig heeft. De kunst is de signalen op tijd op te vangen en er iets mee te doen. Als je dit goed doet, geeft je lichaam dat terug. Je zit lekkerder in je vel, hebt meer weerstand en meer energie. Een gezond lichaam is veerkrachtig en vitaal. Regelmatig wordt er gesproken over een vitale organisatie of vitaal leiderschap, waarmee de veerkracht van een organisatie of een leidinggevende wordt aangeduid.

Het vijfde intelligentieniveau

Werkend in organisaties met deze vier intelligentieniveaus, stuitte ik regelmatig op onderwerpen en thema’s die van wezenlijk belang zijn, maar niet echt gedekt werden door deze vier. 

Vandaar de toevoeging van nog een intelligentieniveau, namelijk het niveau dat bepalend is voor de wijze waarop we gericht zijn op het in harmonie zijn en leven met onze fysieke omgeving en de leefwereld in de meest brede zin. 

We leven binnen de begrenzing van onze biosfeer, het gedeelte van de aarde waar leven mogelijk is. En deze biosfeer wordt, door de manier waarop we leven en consumeren, veel geweld aan gedaan. Een gezonde biosfeer is dus van levensbelang, zeker nu we weten dat we inmiddels 60% van de grondstoffen van onze aarde hebben verbruikt. De reductie van CO2-uitstoot is van levensbelang en ook de realisatie dat ons huidige consumptie- en leefpatroon niet alleen ons schaadt, maar ook de generaties na ons. Dat vraagt leiderschap dat zich niet alleen richt op het verdienen van geld, maar vooral op het behouden en zekerstellen van de biosfeer.

Dat vereist bewustwording en actie en is de reden nu een vijfde intelligentieniveau toe te voegen, namelijk ECOLOGISCHE INTELLIGENTIE, dat ik kortaf EcQ (spreek uit: eccu) heb genoemd.

EcQ is gericht op betekenisvol leven in harmonie met je fysieke omgeving en leefwereld.

Evenwicht vinden

Ecologische intelligentie betekent dat we mentaal en fysiek heel goed weten wat voor biosfeer we nodig hebben om überhaupt te kunnen leven en dat we niet voorbij kunnen gaan aan de signalen dat deze ernstig in gevaar is. Het impliceert ook de kunst om de signalen te zien, te herkennen en te erkennen zodat we er iets mee gaan doen. Het vraagt ons bewust te worden hoe wij een zo klein mogelijke ecologische footprint achter kunnen laten. Niet door alleen te gebruiken en te nuttigen, ook door te conserveren en te behouden. Binnen onze biosfeer is voldoende voor iedereens behoefte, echter niet voor iedereens gretigheid en hebzucht. De vraag aan ons allen is ‘wat draag ik bij en wat laat ik achter? Ben ik me ervan bewust dat ik mag consumeren in ruil voor mijn bijdrage aan de zorg voor het ecosysteem waarin ik leef?’.

Met andere woorden: investeren in mensen en leefomgeving (milieu) wil niet alleen zeggen dat je zelf actief bent in iets wat goed voor hen/ons is. Het impliceert ook voorbeeldgedrag, voorleven hoe het zo goed mogelijk kan, zodat anderen je kunnen volgen. Daarmee bouw je aan betekenisvolle gemeenschappen (inclusief de leefwereld in de breedste zin van het woord). EcQ richt zich op het milieu, op de mensen om je heen, op de maatschappij waar we deel van uitmaken, op de natuur, op duurzaamheid, op andersdenkenden en op alles dat we niet van dichtbij kennen en waarvan we toch deel uitmaken. We zijn intellectueel in balans, emotioneel en sociaal verstandig, spiritueel gevoed en fysiek in orde als we aanvoelen welk gedrag passend is bij de mensen met wie we omgaan in de samenleving waar we deel van uitmaken. Daarin kunnen wij het voorbeeld leven vanuit ons EcQ. Het helpt te beseffen dat het verantwoordelijkheid vergt en in balans zijn met de andere intelligentieniveaus vraagt, om aandacht te hebben en scherp te blijven op onze impliciete taak tot rentmeesterschap. Als wij ernaar streven een voorbeeld te zijn dan helpen we anderen om op dat terrein tot juiste oordeelvorming en gedrag te komen en, last but not least, het valt onszelf ten goede! Al onze door EcQ gevoede daden krijgen dan een diepere betekenis, omdat het op een heel goede manier weer bij ons terugkomt.

Hoe Biomimetica ons kan helpen

Organismen stoppen nooit met innoveren. Wanneer de omstandigheden in hun leefgebied veranderen, passen zij zich aan en evolueren.

Als mensen zijn wij hier niet zo goed in geweest, getuige de wijze waarop we de aarde hebben ‘uitgewoond’. Wij zijn vernieuwers en goede ontwerpers, echter de meesten van ons zijn niet bedreven in het vinden van duurzame oplossingen uit de natuur, terwijl daar alles aanwezig is wat we nodig hebben. De natuur loopt namelijk 3,8 miljard jaar voor op onze (relatief) korte tijd op deze planeet.

De wijsheid van de natuur overtreft alles wat de industriële revolutie en de digitale revolutie kunnen bieden. Door observatie van de natuurlijke systemen en het nabootsen hiervan kunnen ook wij duurzame en ecologisch verantwoorde innovaties realiseren.

Biomimetica (of biomimicry) is de wetenschap en kunst van het imiteren van de beste biologische ideeën in de natuur om menselijke toepassingen uit te vinden, te verbeteren en duurzamer te maken. Het kan de motor zijn achter de realisatie van een leefomgeving die niet alleen consumeert, maar ook herstelt wat we consumeren.

Biomimetica is gebaseerd op die 3,8 miljard jaar evolutie, waarbij alleen de beste ideeën en aanpassingen het overleven. Opvallend daarbij is dat een organisme bijna nooit zijn eigen leefomgeving vervuilt, vergiftigt of onleefbaar maakt.

Er zijn drie grote takken binnen deze discipline: vorm, materialen en ecosystemen. Nabootsen van vormen kan resulteren in een doeltreffende energie efficiëntie van de toepassing (mixers, ventilatoren, windturbines). Onderzoek naar materialen en productieprocessen uit de natuur kan veel toxische (neven-)producten uit onze huidige industriële processen bannen. Het bestuderen van ecosystemen kan heel onze vervuilende wegwerp-economie omzetten in een gesloten systeem van hergebruik.

Ons EcQ gaat ons helpen tot bewustwording en ander gedrag te komen en doet een beroep op onze biomimetische talenten. Deze impliceren dat we niet altijd voor de gemakkelijkste (en vaak milieuonvriendelijke en milieuschadelijke) oplossingen komen, maar echt verder zoeken naar oplossingen die al door onze leefwereld worden aangereikt.

EcQ stelt ons voor een uitdaging die verder gaat dan welke uitdaging ook. Bovendien helpt het ons bronnen in onszelf en daarbuiten aan te boren die ons in staat stellen betekenisvol ons leven in te richten. De impact van deze mate van betekenisvol leven gaat voorbij aan de grenzen van ons bestaan en wordt daarmee onze individuele nalatenschap.