Het sociaal maatschappelijk multimedia platform van en voor het volk en ondernemend Nederland en België.
Gezondheid

Natuur: een heelmeester op afstand

Willem Koert 28 maart 2022
FotoBigstockphoto

Ons leven speelt zich steeds meer af in de omgeving die we voor onszelf hebben gecreëerd. We slapen, eten en werken in vierkante grotten en verplaatsen ons in blikken machines. In een natuurlijke omgeving komen we nauwelijks meer. Het wordt steeds duidelijker hoe hoog de prijs is die we voor deze manier van leven moeten betalen.

In 1984 publiceerde de Amerikaanse architect en hoogleraar Robert Ulrich een onderzoek in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Science dat toentertijd insloeg als een bom. In die tijd waren ziekenhuizen in eerste instantie gebouwen voor patiënten, artsen, verplegers en technologie. Nadat Ulrichs artikel ‘View Through a Window May Influence Recovery from Surgery’ was verschenen, veranderde dat. Vanaf dat moment wrongen architecten zich in alle mogelijke bochten om in ziekenhuizen toch op de een of andere manier contact te leggen met de natuur.

In zijn publicatie beschrijft Ulrich hoe patiënten die herstellen van een operatie aan hun galblaas, beter genezen als ze liggen in een kamer die uitzicht biedt op bomen. De aanwezigheid van een klein beetje natuur, al is het maar in de vorm van het uitzicht in een ziekenhuiskamer, laat het lichaam kennelijk beter functioneren.

“Het ervaren van natuur en het kijken naar tuinen reduceert pijn,” zei de hoogleraar in 2013 in een interview. “Het lijkt erop dat natuur pijnsensaties afremt door stress te verminderen en de focus van patiënten op zichzelf en hun lijden vermindert.”

Het positieve effect van natuur is volgens het onderzoek van Ulrich, en een groeiende schare adepten, sterk genoeg om het gebruik van pijnstillers te verminderen. In ander onderzoek kon Ulrich aantonen dat de aanwezigheid van een tuin bij een ziekenhuis familieleden van een patiënt op de ICU in staat stelde om beter met hun verdriet en bezorgdheid om te gaan en stress te reduceren. In weer een andere studie liet Ulrich zien hoe verpleegkundigen minder snel een burn-out kregen als ze hun pauzes in een tuin doorbrachten.

“De aanwezigheid van natuur, al is het maar aan de andere kant van een glasplaat, tempert gevoelens van stress, pijn en verdriet”

Biophilia

In de periode dat Ulrich zijn eerste artikelen over natuur, stress en genezing publiceerde, verscheen het boek Biophilia van de bioloog Edward Wilson. Wilson is vooral bekend geworden als grondlegger van de sociobiologie en de bedenker van het begrip biodiversiteit. Minder aandacht is er voor zijn in 1984 verschenen boek Biophilia, waarin Wilson het idee uiteenzet dat mensen zijn geëvolueerd om te leven in en met de natuur.

Ook al leven we in een omgeving van huizen, winkels, kantoren, wegen en fabrieken die we zelf hebben gemaakt, volgens Wilson heeft ‘de evolutie de menselijke soort geprogrammeerd om continu contact te zoeken met natuur en alle mogelijke vormen van leven’. Die evolutionaire programmering maakt dat we ons optimaal voelen in bossen en weilanden of langs de kust van meren en zeeën. In dat type omgevingen hebben Homosapiens en zijn voorouders miljoenen jaren geleefd.

De evolutionair bepaalde optimale omgeving voor onze soort verklaart volgens Ulrich waarom de aanwezigheid van natuur, al is het maar aan de andere kant van een glasplaat, gevoelens van stress, pijn en verdriet tempert. Legio andere studies hebben het pionierswerk van Ulrich inmiddels bevestigd.

Beweging

Bewegingswetenschappers hebben bijvoorbeeld ontdekt dat natuur van doorslaggevende betekenis kan zijn bij het aanleren van een leefstijl met veel beweging. Lichaamsbeweging is zonder meer gezond, maar het opheffen van de collectieve bewegingsarmoede verloopt uiterst moeizaam. Het grote probleem met lichaamsbeweging is dat elk trainings- of bewegingsprogramma bijna altijd al na enkele dagen resulteert in een snel toenemende bewegingsweerzin.

Het opbouwen van bewegingsweerzin gebeurt echter alleen in een besloten en onnatuurlijke omgeving, ontdekten Canadese sportwetenschappers van de universiteit van Sherbrooke. Als mensen sporten in een parkachtige omgeving, ontstaat de bewegingsweerzin om de een of andere reden niet.

Tegelijkertijd lijkt het erop dat de positieve effecten van lichamelijke activiteit en het verblijven in de natuur elkaar versterken. Dat ontdekten Zwitserse onderzoekers die hobbytuinders bestudeerden. De Zwitsers bepaalden bij hun tuinders de concentratie van het hormoon cortisol. Cortisol is een uitstekende graadmeter van stress. Hoe meer cortisol er in je lichaam circuleert, hoe groter de stress is waaronder je gebukt gaat. De Zwitsers ontdekten dat bij een niet al te hoge cortisolspiegel het verblijven in een tuin de cortisolspiegel laat zakken. Als de cortisolspiegel al hoog is, krijgt het verblijven in een tuin die niet meer omlaag. Wat dan nog wel werkt, is activiteit. Bij tuinders met stress die gingen spitten, wieden en maaien zakte de cortisolspiegel wel degelijk.

Meer dan een decor

Wetenschappelijke studies hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat de wisselwerking tussen een natuurlijke omgeving en mensen oneindig veel complexer is dan de studies van Ulrich en zijn adepten hebben geleerd. Natuur is niet alleen een decor waarin mensen zich beter voelen. Mensen zijn ook gezonder naarmate hun dieet uit minder industrieel geproduceerde, en uit meer natuurlijke voedingsmiddelen bestaat. Mensen zijn vrolijker en gelukkiger als ze in contact komen met micro-organismen die leven in de grond. Er zijn zelfs aanwijzingen dat mensen beter functioneren door het inademen van lucht die in contact is geweest met bomen en andere planten.

Bomen maken een keur van stoffen zoals kamfer, limoneen, kamfeen en pineen aan waarmee ze schadelijke insecten, schimmels en bacteriën bestrijden. Biologen kennen die stoffen als phytoncides. Volgens, met name, Japanse studies hebben phytoncides positieve gezondheidseffecten bij mensen die ze inademen. Dat verklaart waarom tijdens een kampeervakantie in een bosrijke omgeving de activiteit van de natuurlijke killercellen in het lichaam toeneemt.

Natuurlijke killercellen vormen de eerste verdedigingslinie tegen ziektekiemen als virussen, maar ook tegen kanker. Als cellen zich merkwaardig gaan dragen of het immuunsysteem lichaamsvreemde cellen ontdekt, komen de Natuurlijke killercellen als eerste in actie. Dat kan weer verklaren waarom, alweer volgens Japans onderzoek, tientallen kankertypes minder vaak voorkomen in regio’s waar relatief veel bomen groeien.

“Als we luisteren naar het ritselen van de bladeren aan de bomen, voelen we dat er belangrijkere dingen zijn dan de problemen waarover we tobben”

Gevaarlijke natuur

Terwijl de wetenschap de afgelopen decennia steeds duidelijker heeft gemaakt hoe essentieel natuur voor mensen is, is de afstand tussen natuur en mensen alleen maar gegroeid. Uit onderzoek van de universiteit van Wageningen blijkt dat Nederlanders echte ‘binnenzitters’ zijn geworden. Meer dan de helft van de Nederlanders is volgens een survey van de Velux Groep nog geen uur per dag buiten.

Vooral kinderen komen als groep nog maar nauwelijks buiten. Tussen de jaren zeventig en nu nam de tijd die kinderen buiten doorbrengen volgens Amerikaans onderzoek af met meer dan 85 procent. Aangezien de generatie die op dit moment kinderen op de wereld zet als kind ook al minder buiten vertoefde, ligt het voor de hand dat de exodus van de mens uit de natuur voorlopig nog zal doorgaan.

In zijn boek ‘Last Child in the Woods’ vertelt de Amerikaanse journalist Richard Louv dat de belangrijkste aanjager van dit proces de berichtgeving over ontvoeringen, seksuele misdrijven en andere vormen van geweld door de media is. “Ouders zijn bang geworden,” schrijft hij. “Ze zijn bang dat hun kinderen buiten iets gruwelijks overkomt.”

De cijfers geven weinig aanleiding voor die angst. Volgens de statistieken zijn kinderen buitenshuis veiliger dan binnenshuis. “We denken echt dat er op elke straathoek een monster staat te loeren. De media hebben ons geconditioneerd om in een continue staat van angst te leven.”

Louv maakt zich zorgen over de gevolgen van het verbreken van het contact met de natuur dat wereldwijd in elke ontwikkelde samenleving plaatsvindt. Hij gaat niet in op de biologische gevolgen van de natuurarmoede – al ziet hij wel een verband tussen het verdwijnen van het contact met de natuur en de opkomst van aandoeningen als ADHD – maar vreest vooral dat het verdwijnen van de natuur uit de menselijke leefwereld leidt tot een ongekende spirituele armoede.

“Wat is de eerste keer dat je een oprecht gevoel van betovering ervaart?” vroeg Louv retorisch in 2006 in een interview met de website Grist. “Ik herinner me hoe ik als kind buiten liep en stenen op de grond omdraaide. Daaronder krioelde het van de insecten. Ik zag een parallel universum.”

Die sensatie van verwondering die de natuur kan geven is de basis voor volwassen vormen van spiritualiteit, vindt Louv. “Als kinderen luisteren naar het ritselen van de bladeren aan de bomen, voelen ze dat er belangrijkere dingen zijn dan de problemen waarover volwassenen tobben.”