Het sociaal maatschappelijk multimedia platform van en voor het volk en ondernemend Nederland en België.
Cultuur en media

Hoe blijf je kritisch als journalist?

Ton Verheijen 17 februari 2022

Journalistiek noemen we wel ‘koningin der aarde’. Open, betrokken, ruimdenkend en vasthoudend benadert zij de werkelijkheid en onderzoekt de waarheid. Zo zou het moeten zijn… maar onze main stream media liggen onder vuur vanwege hun gekleurde en eenzijdige berichtgeving. Is dat terecht? Hoe blijven journalisten kritisch?

In ‘Koningin der aarde’, een boek van schrijver Hugo Camps, vertellen 27 journalisten over hun vak. Camps ontleende deze titel aan een uitspraak van de negentiende-eeuwse advocaat Dirk Donker Curtius en hij klinkt als een klok. Journalistiek als het mooiste vak op deze planeet. Iedere professionele journalist zal er iets in herkennen. Je spreekt interessante mensen, neemt kijkjes in diverse keukens, ontdekt nieuwe ontwikkelingen, maakt er een mooi item over en krijgt daar nog voor betaald ook.

Maar journalisten zijn ook ‘luizen in de pels’, leerden we begin jaren negentig op de School voor Journalistiek van docenten als Kees Vreeken, Ruud Hoff, Nico Kussendrager, Marcel Bayer, Dick van der Lugt, Rob Woortman, André Naber, Gijs Schreuders en Peter Onvlee. We namen die beeldspraak gretig over. We waren onaangepast en schreven wat we wilden. Van de e-nummers in potjes jam tot de nieuwe Bijbelvertaling, van de ideologie van de Turkse verzetsbeweging DevSol tot de functie van seksferomonen bij wespen en hommels. Alles werd onderzocht. Niets was te gek. Sommige studenten verschenen op klompen in de collegezaal.

Journalistiek is de koningin der aarde”

Maar ongemerkt zijn journalisten sindsdien mee gaan zingen met de ‘Establishment Blues’. Geen wildemanslied van een zooitje muzikale anarchisten, maar een strak geregisseerde compositie met een dirigent (Mark Rutte) waar we nooit meer vanaf lijken te komen. Establishment Blues. De woorden komen van media-hoogleraar Cees Hamelink, die regelmatig zijn zorgen uitspreekt over de verdwijnende pluriformiteit in de pers, waardoor ongemakkelijke waarheden de krant niet meer halen. Ik heb dat zelf ervaren in mijn werk. Ingewikkelde thema’s en tegendraadse onderwerpen sneuvelden steeds vaker, omdat wij productie moesten draaien en onze bazen adverteerders tevreden moesten houden. De Establishment Blues bood steeds minder ruimte voor improvisatie. Kritische journalisten werden schaars.

Nepnieuws bestrijden

Een jaar geleden, in februari 2021, vertelde Cees Hamelink in een interview met mij over de staat van onze vrije nieuwsgaring, die toen al stevig onder vuur lag en hoe dat zo gekomen was. “In de jaren zestig en zeventig hadden we mooie, kritische journalistiek. In de jaren tachtig begon dat wereldwijd te veranderen met de opkomst van het neoliberalisme. Journalisten gingen achter de muziek van Margaret Thatcher en Ronald Reagan aan. TINA noemde Thatcher het: There Is No Alternative. Er was geen alternatief voor het kapitalistische systeem. De ideologische conflicten verdwenen. Je kon als journalist kritisch zijn over een concert of een biljartwedstrijd, niet over het politieke systeem. Vooral in crisissituaties zie je dat steeds weer bevestigd. De rol van de staat en de coronamaatregelen staan ook nu niet ter discussie. Iedereen die dat wel doet, wordt weggezet als een zwakzinnige.”

We zijn nu een jaar verder, maar de situatie lijkt niet significant beter. Veelzeggend is misschien wel de overname van het ANP (Algemeen Nederlands Persbureau) afgelopen zomer door ondernemer Chris Oomen. Rijk geworden in de flitshandel en vastberaden zijn vermogen van 900 miljoen euro aan te wenden om de samenleving te dienen. “Voor mij heeft het ANP een maatschappelijke waarde,” zei hij in de Volkskrant. “Ik wil het behouden zoals het nu is.” In het interview maakte hij geen geheim van zijn ambities. Hij wil met het ANP onder meer nepnieuws gaan bestrijden. Oomen heeft machtige bondgenoten in de strijd tegen desinformatie, zoals Trusted News Network (TNN), een initiatief van de BBC, dat samen met Microsoft, Facebook, YouTube, Twitter, The Washington Post, Financial Times en de internationale persbureaus Reuters, Associated Press en AFP desinformatie te lijf wil gaan. Kennelijk weet het journalistieke product van big media zich niet meer te onderscheiden van pulp en onzin. Dat geeft te denken.

“De superrijken maken zich sterk om nepnieuws te bestrijden”

Persconcentratie

De superrijken hebben onze media in handen. Chris Oomen kocht het ANP van John de Mol’s Talpa voor een niet nader genoemd bedrag. Martijn van der Vorm kocht FD Mediagroep in 2009 van Willem Sijthoff, nog zo’n multimiljonair. Dit proces van persconcentratie is al gaande sinds de jaren negentig en raakt vooral onze dagbladen. Zo’n 90 procent van de Nederlandse dagbladen is in handen van twee grote Belgische bedrijven die gesubsidieerd worden door de Belgische overheid: DPG Media en Mediahuis. Bij DPG Media zitten onder andere de Volkskrant, Het Parool, Trouw, AD, De Stem en diverse regionale dagbladen. Mediahuis geeft onder meer De Telegraaf, NRC, Metro en ook diverse regionale dagbladen uit. In Nederlandse handen (betaald door ons) zijn het Reformatorisch Dagblad, Barneveldse Krant, De Groene Amsterdammer en HP De Tijd.

Ook op tv zijn commercie en (on)afhankelijke nieuwsvoorziening innig met elkaar vervlochten. Zo wordt de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) gefinancierd vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap. De spanningen en belangenverstrengeling die hieruit voortvloeien kunnen we zien en voelen. Het is geen toeval dat de NOS onder vuur ligt als doorgeefluik van het overheidsbeleid. ‘De NOS gedraagt zich als een staatsomroep’ schreef hoofdredacteur Paul Jansen onlangs in De Telegraaf. Ook buitenlandse media worstelen met hun (on)afhankelijke positie en hebben zelfs excuses aangeboden. ‘We hebben gefaald. We zijn onvoldoende waakzaam geweest ten opzichte van de beweringen van de autoriteiten’ schreef de Deense krant Ekstra Bladet onlangs over haar berichtgeving van de afgelopen twee jaar. Ook het Duitse Bild bood al excuses aan.

Alternatieve media

Grote nieuwsorganisaties zijn door de jaren heen opgetuigd met strakke verdienmodellen en journalisten zijn gebonden aan commerciële belangen en de macht van adverteerders. Daar is sinds de pandemie nog iets bij gekomen: de impliciete dwang vanuit de overheid om niet tegen het beleid in te gaan. Hoofdredacteur Pieter Klok van de Volkskrant zei begin 2020 dat journalisten nu maar beter even niet al te kritisch konden zijn vanwege de pandemie. Dat hebben we teruggezien in vrijwel alle kranten, opiniebladen en nieuwsprogramma’s op tv. Critici werden niet uitgenodigd om mee te praten, of wel en dan met de grond gelijk gemaakt. Het narratief van de overheid was heer en meester. Het kritische tegengeluid in de reguliere media werd uitgedragen door een handjevol luizen in de pels. Zoals Marianne Zwagerman bij BNR Nieuwsradio en Leon de Winter bij de Telegraaf. Ad Verbrugge was kritisch bij NRC, wat hem niet in dank werd afgenomen. Bij De Nieuwe Wereld lijkt hij beter op zijn plek. 

“Kritisch geluid van ‘luizen in de pels’ werd ze niet in dank afgenomen”

“Voor het kritische geluid moet je naar de sociale media,” benadrukt Cees Hamelink. En dat gebeurt massaal. Alternatieve nieuwsplatforms op internet (en hun papieren equivalenten) floreren als nooit tevoren. Kennelijk is er een enorme behoefte aan transparantie. De Nieuwe Wereld, Gezond Verstand, Wynia’s Week, De Andere Krant, blckbx.tv, Café Weltschmerz en Jensen springen in het gat dat de main stream media laten vallen. Ze doen dit met oplages waar menig regulier medium jaloers op is. Speciale edities van ‘De Andere Krant’ werden 50.000 tot 500.000 keer verspreid. De kritische documentaire ‘Monopoly’ van Tim Gielen werd ruim 76.000 keer bekeken op YouTube. Het interview met viroloog Theo Schetters op blckbx.tv werd zelfs 1,2 miljoen keer bekeken. De verdienmodellen van de alternatieven zijn radicaal anders. Naast abonnementen houden ze hun hoofd (en onafhankelijke positie) boven water met giften en crowdfunding. Reporters Online werkt met een donatie-systeem. 

Heling van het vak

Hoe blijven journalisten kritisch en ‘pluriform’ in dit spel van belangen? Guido Jonkers heeft daar duidelijke ideeën over. Hij richtte met een aantal gelijkgestemden de VVJ (Vereniging van Vrije Journalisten) op, voor onafhankelijke nieuwsgaring. “Omdat de traditionele rol van de journalist als ‘waakhond’ van de democratie volledig teloor lijkt te gaan,” licht Jonkers toe. “Het bekende spreekwoord ‘wiens brood men eet, diens woord met spreekt’ is bij de oprichting van de VVJ essentieel gebleken. Journalisten lijken niet bestand tegen hun broodheren. De gezonde journalistieke hoor en wederhoor is soms helemaal weg.” Wat Jonkers betreft moeten de normale menselijke maat van ethiek en moraal én de sleutelrol van VVJ en NVJ gaan bijdragen aan heling van het journalistieke vak.

Journalisten zijn net mensen. Ze hebben partners, kinderen, hypotheken en maandelijkse lasten. Ze zijn gehecht aan hun luxe leventje, dragen graag dure merkkleding, gebruiken hippe gadgets en vinden het fijn om tot de gevestigde orde te behoren (door Jonkers oneerbiedig ‘hoernalistiek’ genoemd). Zelfs dit alles hoeft geen ramp te zijn. Er is eigenlijk maar één doodzonde: stoppen met kritische vragen stellen. Kritisch observeren behoort tot de gereedschapskist en core business van de journalist (net als de hamer en beitel voor de timmerman). Juist nu het groepsdenken op veel redacties zo sterk is, met brede consensus over ‘het nieuwe normaal’, moeten journalisten wakker blijven. Tegendraadse meningen en ongemakkelijke waarheden moeten weer in de krant. Hoe meer hoe beter. De primaire taak van journalisten is ‘waarheden’ ter discussie stellen, het groepsdenken doorbreken en tegen de heersende politieke opvattingen in gaan. Dat zal niet ieder moment voor honderd procent lukken. Maar er zijn iedere dag mogelijkheden om de grenzen verder op te rekken. Journalisten hebben de morele plicht om dat te doen.